Het verrotte leven van Floortje Bloem
De hoofdpersonen in de beroemde sociale romans van Yvonne Keuls, waarin fictie en werkelijkheid een hechte eenheid vormen, zijn geen zielige figuren. Het zijn in feite sterke figuren die in een ellendige situatie terecht zijn gekomen. Thema's als leed en onmacht, angst, onwil en het grote gemis aan liefde, maar ook schuld en eigen verantwoordelijkheid worden met warmte behandeld.
Het verrotte leven van Floortje Bloem is een antwoord op de noodkreet van een heroïne hoertje dat bang is in het gekkenhuis terecht te komen. Het is onder meer een pleidooi voor een klinische opvang van verslaafde prostituees onder de achttien.
Het verrotte leven van Floortje Bloem heeft sinds het verschijnen in 1982 nog niets aan zeggingskracht verloren. Het boek is inmiddels vijfentwintig keer herdrukt.
Het verrotte leven van Floortje Bloem
Ik weet nog heel goed dat mijn zusje geboren werd. Tante Gerda haalde me van de kleuterschool en onderweg zei ze: 'Nou moet je niet schrikken, maar je moeder, die komt een paar daagjes niet thuis. Ze is ziek en ze moet ergens anders eerst uitzieken, want in het café gaat dat niet.' Maar 's avonds hoorde ik de mensen praten in het café. Tante Gerda zei: 'Hoe had je 't dan gewild? Nóg een kind erbij? Ze kan nog niet eens voor ene zorgen.' En de dagen erna ook, iedereen had 't erover. De één zei dit en de ander dat en met mijn garnalenverstand ging ik zitten combineren. Totdat ik begreep: Ik heb een zusje gekregen en m'n moeder en tante Gerda willen d'r niet. De doodstuipen sloegen op m'n lijf, want ik dacht: straks doen ze mij ook nog weg, en ik kon aan niets anders meer denken.
Toen mijn moeder terugkwam zonder dat zusje heb ik verschrikkelijk spektakel gemaakt en toen moesten ze me wel een verhaaltje vertellen. Mijn zusje heette Floortje, zei tante Gerda, en ze was nou veel beter af, want ze ging naar een rijke vader en moeder in een hele dure wieg. En dat was allemaal veel beter voor mijn zusje, want bij ons in het café zou niemand tijd voor haar hebben. Maar de angst konden ze d'r niet bij me uit praten. Almaar dacht ik: Straks geven ze mij ook aan iemand weg.