Gebonden midprice
€ 10,00
ISBN 978 90 414 1546 2
De tocht van het kind

In De tocht van het kind zijn het Yvonne Keuls' herinneringen aan haar eerste zeven levensjaren in Indonesië, aan haar moeder en aan de boottocht naar Nederland.
De tocht van het kind

Angela's voorstelling van Holland was voornamelijk gebaseerd op de foto van tante Toetie en oom Kakkie - tot aan hun fontanel in het bont gestoken - die stijfjes voor een brugleuning stonden (haar moeder Elis zei dramatisch dat ze daaraan waren vastgevroren en dat het vóór oom Kakkies ziekte was) en op een foto van oom Etjen, tante Dodot en hun meisjes in Volendams kostuum. Ze zaten dicht bijeen in een roeibootje, tante Dodot met haar armen om een mand vol eieren (de angst dat ze die zou laten vallen was op haar gezicht te lezen) en oom Etjen, die gewend was kreteks te roken, ongemakkelijk zuigend op de lange steel van een witte, stenen pijp. Op het achterdoek was een Hollands landschap geschilderd, met koeien, een molen en een molenaar. De laatste, eveneens zuigend op een lange, stenen pijp, stond wijdbeens voor een gesloten deur.
Geen moment vroeg Angela zich af waarom haar familie zich zo wonderlijk had uitgedost, wel verbaasde haar die zware, gesloten voordeur. Ze liet zich vele malen uitleggen dat de huizen in Holland geen open voorgalerijen hadden, maar deuren die op slot gingen, zelfs op het nachtslot.
Angela - wist wat een nachtbloem was. Dat was een bloem die 's nachts openging. En dus vroeg ze:
'Gaat dat nachtslot 's nachts ook open, mammie?'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Elis, 'juist dicht. Overdag, als je naar binnen wilt, moet je bellen en dan wordt er opengedaan door de meid.'
'Wat is dat, de meid?'
'De meid is een witte baboe.'
'En brengt de witte baboe je naar bed? En blijft ze bij je zitten tot je slaapt?'
'Ach nee, in Holland is alles anders.'