Gebonden midprice
€ 12,50
ISBN 978 90 414 1547 9
Flamingo pocket
€ 10,00
ISBN 978 90 414 0797 9
Lowietjes smartgeld

Lowietjes smartegeld is een met humor geschreven verhaal over de oorlog, over de ontkenning van leed, over smartegeld, maar vooral over een moeder die haar zoon claimt om tenminste met iemand haar ‘pijnen’ te kunnen delen.

Yvonne Keuls beschrijft op meesterlijke wijze de lotgevallen van Lowietje en zijn, tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië mishandelde, moeder.
Lowietjes smartgeld

Het was door tante Pop - zijn Indische tante, de enige nog levende zuster van zijn moeder - dat hij aan zijn 'leed' herinnerd werd. Zij maakte hem attent op een kranteartikel waarin gerept werd over smartegeld voor slachtoffers van de Japanse bezetting. Hij had zich daarvan nooit slachtoffer gevoeld (vandaar 'leed' tussen aanhalingstekens), hoewel hij de eerste jaren in Holland doorlopend gekweld werd door nachtmerries waarin een man in een groen pak een overheersende rol speelde. Die man was ongetwijfeld zijn vader Edouard, zei Marie - zij sprak het uit op z'n Frans: Edouáár -, en dat groene pak was natuurlijk het uniform dat Edouard moest dragen toen de oorlog uitbrak en dat hem zo slecht zat - van alle kanten barstte zijn zware, altijd zwetende lichaam uit de naden - dat niemand deze gekwelde strijder serieus kon nemen. Met één blik op 'kassian toch, die Edouard' was eenieder in staat de Japanse overwinning te voorspellen.
Toen Lowietje ouder werd, bleven de nachtmerries weg om ten slotte - hij liep al tegen de dertig - plotseling terug te keren. Niet in zo'n angstaanjagende vorm als toen, hij kreeg geen afschuwelijke beelden die hoe dan ook met oorlog te maken hadden - de man in het groene pak was ook van het toneel verdwenen -, maar hij werd opgejaagd. Door niemand in het bijzonder - een gezicht kon hij niet onderscheiden, hij werd gewoon achterna gezeten en voelde soms een druk in zijn rug alsof iemand hem in een bepaalde richting dwong. Hij wilde schreeuwen maar kon dat niet, zodat hij drijfnat en met een beklemd gevoel in zijn keel wakkerschrok. Vaak zat hij dan nog een tijdje op de rand van zijn bed na te denken over hoe het toch kwam dat hij zich in die dromen altijd in situaties bevond die hij niet wenste, waaraan hij niets kon veranderen en waarvan hij bovendien niet wist hoe hij erin terecht was gekomen. Maar hoe hij ook peinsde, het bleef onduidelijk voor hem. Een koppeling met de Japanse bezetting maakte hij nooit.